Wilt u zich inschrijven voor onze nieuwsbrief?
07 mei 2018 - 147 keer bekeken

Ik ben Jan Wessemius en ik ben Product Manager Specialties bij Oerlemans. Die functienaam dekt de lading goed, vanuit mijn jarenlange ervaring mag ik alle ‘speciale zaken’ doen. Ik ben van de MAVO gekomen en heb wat avondscholen gedaan, maar niets in de kunststof. Dat heb ik allemaal bij Oerlemans geleerd. Zelf zou ik er les in kunnen geven, maar daar hebben we anderen voor. Bij de klanten geef ik wel les: een inkoper wil niet iemand die over een week antwoord geeft, je moet meteen antwoord geven, een partner zijn. De klanten voor specials komen van alle kanten, via collega’s bijvoorbeeld.

Een bedrijf in Lanaken had een probleem met hun verpakkingsmateriaal, waar ze al drie of vier jaar mee bezig waren. Ze kwamen met dat probleem naar mij toe en ik stelde ze een simpele vraag: ‘Wat is de stijfheid van het gewenste materiaal?’ Puur omdat ik die ene vraag stelde gingen ze met mij verder, ze hadden alles gespecificeerd behalve waar het echt om ging: stijfheid. Ik doe meestal het voorwerk en de ‘leuke dingen’. Collega’s gaan voor de tonnen, die brengen het nieuwe product naar de klant toe.

Een paar jaar geleden besloten we ons te specialiseren in biobased plastic en nu kom je al snel bij ons terecht als het hier over gaat. Ook internationaal: de Coop in Zweden wilde een polyethyleen dat biobased was, dat konden wij leveren. Door in de markt voor biobased plastic actief te zijn en reuring te veroorzaken, kom je in de ‘picture’. De innovatie van de biobased kunststof zit eigenlijk in de marketing, het product zelf is kwalitatief al net zo goed als het standaard kunststof. De prijs is inmiddels ook lager, wat betekent dat andere markten het ook makkelijker accepteren, zoals de tijdschriftenindustrie. Maar er zijn nog steeds beperkingen hoor. Zo zijn er drie generaties in fossiel polyethyleen en in biobased kom je tot de tweede generatie.

Oerlemans werkt branchegericht, je kunt niet van de hele markt alles weten. Alleen over je eigen folie en die kennis vertalen naar een branche. In de farmaceutische industrie zijn er bijvoorbeeld andere interesses dan bij een metaalbedrijf, in de farma zit bijvoorbeeld ook vaak de verpakkingsdeskundige aan tafel of de verantwoordelijke voor goederenontvangst. Ze hebben allemaal zaken waar ze op letten. Maar ook in de metaal moet je goed luisteren wat de individuele klant vraagt. Als een klant me benadert voor een special ga ik luisteren, als je luistert hoor je wat ze zeggen en daar probeer je een koppeling mee te maken. Het is 80% luisteren en 20% uitvoeren, alhoewel het uit enthousiasme wel eens 40-60 wordt. Kaizen zegt het ook: 5 keer “waarom” vragen en je weet de oorzaak.

Bij een goede klant kom ik één keer per jaar, maar als je een relatie aan het opbouwen bent zit je er elke zes tot tien weken. AkzoNobel is ooit via een tender begonnen met de simpelste krimpfolie maar we waren te duur. Ik was eigenwijs en zei ‘we zijn misschien te duur, maar we kunnen wel regelen dat je 20% materiaalreductie krijgt’. Dat werd uiteindelijk 22%, met 15% kostenreductie. Ik ben alle locaties afgegaan en zag overal verbeteringen, waardoor ze met weinig moeite veel besparingen konden doorvoeren. Inmiddels leveren we daar alles, door alleen maar een beetje mee te denken.

Ik ben in 1986 hier begonnen toen waren we met 65 man, ondertussen werken bij Oerlemans 300 mensen. Ik heb veel geleerd uit de praktijk. Omdat ik er al lang in zit weet ik er veel van en ik vind het ook leuk. Het liefst werk ik met speciale folies, ik heb weinig interesse in de rechttoe rechtaan krimpfolie. Doe mij de speciale dingen, dan vermaak ik me het best. Als ik ook nog een klant kan helpen is dat natuurlijk geweldig.

 

Reacties

Plaats een reactie